Herkomst verzurende depositie, 2022
Ongeveer 68% van de verzurende depositie in Nederland is afkomstig van Nederlandse bronnen. De Nederlandse landbouw levert daarbij een bijdrage van 48% en 32% van verzurende depositie uit bekende bronnen komt uit het buitenland.
Grootste bijdrage komt nog steeds uit Nederland
Bronnen in Nederland leveren de grootste bijdrage aan de depositie van potentieel zuur in Nederland, namelijk zo’n 68% van het totaal. De overige 32% is afkomstig van buitenlandse bronnen. Een groot deel van de Nederlandse bijdrage (rond de helft) komt van agrarische bronnen in Nederland. Andere belangrijke binnenlandse bijdragen zijn huishoudens/diensten/bouw, wegverkeer en industrie/energie/raffinaderijen (respectievelijk 5%, 5% en 4%). Naast de gemiddelde depositie ten gevolge van de bekende binnen- en buitenlandse bronnen (1680 mol/ha/jaar), is een deel (375 mol/ha/jaar) van de totale gemiddelde depositie (1.88 mol/ha/jaar) het gevolg van de gehanteerde meetcorrectie (inclusief een bijtelling van 280 mol/ha/jaar voor de depositie van halogenen en organische zuren). Deze meetcorrectie (18% van de totale depositie) is in de bovenstaande grafieken niet meegenomen.
Stikstof levert tevens een belangrijke bijdrage aan de vermestende depositie; zie ook Herkomst vermestende depositie, 2022.
Import en export van zuur
De depositie van potentieel zuur in Nederland komt deels uit het buitenland (import). Een deel van de Nederlandse uitstoot komt als verzurende depositie in het buitenland terecht (export). Voor de depositie van potentieel zuur afkomstig van ammoniak geldt dat Nederland ruim 4 maal zo veel exporteert als het van het buitenland ontvangt. Voor de depositie afkomstig van stikstofoxiden is de export ook bijna 5 keer zo groot als de import. Voor zwaveldioxide houden import en export elkaar ongeveer in evenwicht. In termen van totaal potentieel zuur exporteert Nederland 3 maal zo veel als het importeert.
Bronnen
- RIVM, 2022. Auteurs: Hoogerbrugge, R., Geilenkirchen, G.P., Hazelhorst, S. den Hollander, H.A., Huitema, M., Marra, W., Siteur, K., de Vries, W.J. & Wichink Kruit, R.J. Grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland. Rapportage 2022. Rapport 2022-0059, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven.
Relevante informatie
- Milieudruk door stikstofdepositie op landnatuur, 1994-2021
- Grootschalige luchtverontreiniging de "National Emission Ceilings": emissies 1990-2021
- Relatie ontwikkelingen emissies en luchtkwaliteit 1990-2021
- Stikstofdepositie, 1990-2020
- Verzurende depositie, 1990-2021
- Herkomst stikstofdepositie, 2022
- EU (2001) Richtlijn 2001/81/EG van het Europees parlement en de raad van 23 oktober 2001inzake nationale emissieplafonds voor bepaalde luchtverontreinigende stoffen. Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen No L 309/22.
- EU (2008) Richtlijn 2008/50/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2008 betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa. Publicatieblad van de Europese Unie L 152/1
- EU (2015) Richtlijn 2015/1480 van de Commissie van 28 augustus 2015 tot wijziging van diverse bijlagen bij de Richtlijnen 2004/107/EG en 2008/50/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de regels betreffende de referentiemethoden, de validatie van gegevens en de locatie van de bemonsteringspunten voor de beoordeling van de luchtkwaliteit (Voor de EER relevante tekst)
- IPLO > Lucht | Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl)
- EU > Informatie over het luchtkwaliteitsbeleid van de Europese Unie
- UN/ECE > The 1999 Gothenburg Protocol to Abate Acidification, Eutrophication and Ground-level Ozone.
- UN/ECE > De conventie voor het lange afstandstransport van luchtverontreiniging
- RIVM > Themasite Grootschalige Concentratiekaarten Nederland
- Concentratiemetingen in Nederland (verschillende meetnetten) > Luchtmeetnet
- Rijksoverheid > Aanpak Stikstof.
- Regiegroep Natura 2000.
Technische toelichting
- Naam van het gegeven
Depositie van zuur in Nederland
- Omschrijving
Depositie van zuur in Nederland op basis van modelberekeningen en uitgesplitst naar bijdragen van geoxideeerd zwavel (SOx), gereduceerd stikstof (NHx), geoxideerd stikstof (NOy) en overig zuur.
- Verantwoordelijk instituut
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
- Berekeningswijze
Onderdeel van de GCN-berekeningen
- Basistabel
Niet van toepassing
- Geografische verdeling
Niet van toepassing
- Andere variabelen
Herkomst van de stikstofdepositie
- Verschijningsfrequentie
Jaarlijks
- Achtergrondliteratuur
Grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland. Rapportage 2022. (RIVM, 2023; zie bij 'Referenties').
- Opmerking
1] In de totale depositie wordt ook een hoeveelheid ‘overig zuur’ meegenomen. Dit is geen resultaat van de modelberekeningen (en daarom niet meegenomen in deze indicator), maar bestaat uit een jaarlijks wisselende bijtelling op basis van meetgegevens. De depositie uit deze categorie komt deels uit Nederland en deels uit het buitenland.
2] We drukken de mate van verzuring in Nederland uit in zogenoemd potentieel zuur. Potentieel zuur definiëren we als de maximale verzuring, die zwaveldioxide, stikstofoxiden en ammoniak, en hun omzettingsproducten in bodem en water teweeg kunnen brengen. De daadwerkelijke verzuring in bodem en water kan minder zijn doordat ook basische stoffen deponeren.
3] Het verzurend vermogen van een stof wordt uitgedrukt in zuur-equivalenten per hectare (z-eq/ha). Een zuur-equivalent is een maat voor de hoeveelheid zuur (H+ in mol/ha) die kan ontstaan in bodem of water. Hierbij geldt: 1 mol zwaveldioxide kan 2 mol zuur vormen, 1 mol stikstofoxiden kan 1 mol zuur vormen en 1 mol ammoniak kan 1 mol zuur vormen.
4] Soms ontstaat verwarring over de verzurende werking van ammoniak. In de atmosfeer neutraliseert ammoniak zuren. Komt ammoniak (of het omzettingsproduct ammonium) echter in de bodem dan kan het door bacteriën omgezet worden in nitraat. Hierbij komt H+ vrij. Er is dan alsnog een verzurend effect.
5] Om het oppervlak waar uitstoot plaatsvindt gelijk met het ontvangende oppervlak (Nederlands grondgebied) te houden, zijn bij de berekeningen van de import/export-verhouding zeescheepvaart emissies toegekend aan het buitenland.
- Betrouwbaarheidscodering
C (Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd).
Archief van deze indicator
Bekijk meer Bekijk minder
Referentie van deze webpagina
CLO (2024). Herkomst verzurende depositie, 2022 (indicator 0179, versie 18, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.